Beau Oldenburg

Beau Oldenburg

onderzoek naar pesten

Van Bingo-afgunst tot rollator-beuken: ouderen in woonzorgcentra pesten ook

Het is 2009. Ik woon in Utrecht en heb een bijbaantje als receptioniste in een woonzorgcentrum. Ik ben dol op de bewoners. Regelmatig komen ze naar mijn balie om een praatje te maken of om mij – zoals opa’s en oma’s dat kunnen – met snoepjes te overladen.

Het is moeilijk voor te stellen dat sommige van die lieve opa’s en oma’s elkaar het leven behoorlijk zuur kunnen maken. Vooral mevrouw V. moet het ontgelden. Mevrouw V. is anders. Ze heeft niet zoals de meeste dames in het woonzorgcentrum een keurig permanentje, maar heeft spierwit, steil, slierterig haar. Ze is lang en knokig en draagt wijde jurken. En ze rookt veel. Minimaal drie keer per uur beent ze met haar rollator naar buiten om een sigaret op te steken.

Als ze voorbij loopt – en dat is dus heel vaak – maken de bewoners die rondhangen bij het zithoekje naast de receptie (hangouderen, volgens Wikipedia) gemene opmerkingen:

Gaat ze weer! Waar betaalt ze die sigaretten van? Wist je dat ze schulden bij het winkeltje heeft?”

Trut!

Ik heb gehoord dat ze vroeger in de prostitutie heeft gewerkt…

Het blijft niet bij schelden en roddelen. Een keer zie ik hoe een mannelijke bewoner onder goedkeurend gemompel van de andere wachtenden met zijn rollator een harde beuk tegen de rollator van mevrouw V. geeft “omdat ze altijd voordringt bij de lift en dat nu maar eens afgelopen moet zijn”.

Foto door Sigfrid Lundberg/CC BY-SA 2.0

Eén op de vijf in woonzorgcentra wordt gepest

Het is 2019, tien jaar later. Ik woon inmiddels in Groningen en doe al zo’n acht jaar onderzoek naar pesten op basisscholen. Ik denk terug aan de tijd in het woonzorgcentrum en aan mevrouw V. Was dit nou ook pesten? Het is als buitenstaander lastig in te schatten – zelfs als pesten je vakgebied is – maar de drie kenmerken van pesten waren volgens mij wel aanwezig: 1) het gebeurde keer op keer, 2) het was bewust (en niet per ongeluk) en 3) er was een machtsverschil (allen tegen een). Het lijkt erop dat wat er in het woonzorgcentrum in Utrecht gebeurde inderdaad pesten was.

Mevrouw V. is niet de enige; onderzoek suggereert dat pesten in woonzorgcentra vrij veel voorkomt. In een Nederlands onderzoek gaf 20% van de ondervraagde ouderen aan gepest te worden. Een flinke groep dus, ongeveer evenveel als op basisscholen. Er zijn wel wat methodologische kanttekeningen bij het onderzoek te plaatsen, maar diverse internationale onderzoeken rapporteren vergelijkbare cijfers (10-20%).


In een Nederlands onderzoek gaf 20% van de ondervraagde ouderen aan gepest te worden

Ondanks dat pesten onder ouderen vrij veel voorkomt, is het tot nu toe een nogal onderbelicht onderwerp gebleven. Zo is er slechts een handjevol wetenschappelijke artikelen over gepubliceerd. En hoewel er in de media veel aandacht voor pesten op scholen is, gaat het maar zelden over pesten in woonzorgcentra. Met deze blogpost wil ik een eerste licht over dit onderwerp laten schijnen. Ik ga in op twee belangrijke vragen: waarom pesten ouderen en wat werkt (niet) om het te stoppen? Daarbij maak ik – bij gebrek aan onderzoek dat expliciet op ouderen is gericht – gebruik van inzichten uit onderzoek naar pesten op scholen.

Waarom pesten ouderen?

Ouderen pesten vooral relationeel. Er wordt geroddeld, genegeerd, zitplekken worden bezet gehouden en er mag niet worden meegedaan aan spelletjes. Fysiek pesten komt minder vaak voor, maar gebeurt ook. Zoals het rollator-beuken bij mevrouw V.

Waarom doen ouderen dit? Zouden zij niet beter moeten weten? Uit onderzoek weten we dat kinderen die pesten dit vooral doen omdat ze een hogere sociale status willen. Door te pesten, laten ze aan de rest van de groep zien hoe ‘cool’ en ‘stoer’ ze zijn. De reacties van de andere kinderen bepalen of ze dit doel ook daadwerkelijk bereiken. Als de anderen lachen of mee gaan doen, is dit voor de pesters een soort van bevestiging en zullen ze doorgaan met pesten. Pesten is dus een groepsprobleem: de groep beïnvloedt in sterke mate het gedrag van de pesters.

De schoolcontext is in bepaalde opzichten vergelijkbaar met die van woonzorgcentra: mensen met soms behoorlijk verschillende achtergronden moeten onvrijwillig tijd, ruimte en faciliteiten met elkaar delen. Het is goed mogelijk dat sociale status ook bij pesten in woonzorgcentra een belangrijke rol speelt. Vooral als bewoners met een hogere status bepaalde privileges, zoals betere zitplekken of leukere spelletjes, hebben.

Tegelijkertijd, zijn er ook duidelijke verschillen tussen scholen en woonzorgcentra. Zo is de sociale dynamiek in woonzorgcentra instabieler dan op scholen. Bewoners komen en gaan en het sociale evenwicht is daardoor wankel. Veel ouderen in woonzorgcentra hebben last van fysieke en psychische aandoeningen, voelen zich gefrustreerd, vervelen zich en missen hun dierbaren. Het is goed denkbaar dat dit een rol speelt bij het pesten. Het lijkt erop dat in woonzorgcentra kleine dingen al een aanleiding kunnen zijn om gepest te worden. Zo circuleren er op internet diverse verhalen van ouderen die gepest worden omdat ze te vaak winnen bij de bingo.

Mogelijke gevolgen

Misschien kwam het omdat ze nogal slecht hoorde (en weigerde haar gehoorapparaat goed af te laten stellen), maar de pesterijen leken mevrouw V. niet zo te deren. Op de een of andere manier straalde ze een soort van onverstoorbaarheid uit, dat het haar helemaal niks uitmaakte dat de andere bewoners haar niet leuk vonden.

Toch moet het een vervelende situatie voor haar geweest zijn. Mensen die gepest worden, ondervinden daar doorgaans veel last van. Zo zijn ze vaker angstig en depressief. Gepeste ouderen in woonzorgcentra vermijden het contact met medebewoners, terwijl ze meestal al niet zoveel sociale contacten hebben. Hierdoor kunnen ze in een isolement terecht komen.

Gepeste ouderen vermijden het contact met medebewoners, terwijl ze meestal al niet zoveel sociale contacten hebben

Wat werkt (niet)?

Op dit moment zijn er in Nederland geen anti-pestprogramma’s die specifiek op woonzorgcentra gericht zijn. Wel is er, net als op basisscholen, een nationaal pestprotocol. Dit werd in 2011 door het Ouderenfonds geïntroduceerd. Maar doordat er nog zo weinig over pesten onder ouderen bekend is, biedt dit protocol niet veel handvaten. Het is onduidelijk of woonzorgcentra het ook echt gebruiken en of het helpt.

Uit onderzoek naar jongeren weten we dat  het opleggen van strenge regels en straffen het pesten niet oplost en soms zelfs erger maakt. Los van de vraag of dit bij ouderen wel mogelijk en wenselijk is, is het aannemelijk dat het ook bij hen geen zoden aan de dijk zet. Wat waarschijnlijk wèl werkt is om samen aan een positief leefklimaat te werken waarin bewoners elkaar helpen en zich verantwoordelijk voelen voor elkaars welzijn. Waarin respectvol met elkaar omgegaan wordt en waarin aardig zijn in plaats van pesten leidt tot een hogere sociale status. Uiteraard bereik je dat niet 1-2-3 en vraagt dit, net als op scholen, een voortdurende inspanning.


Wat waarschijnlijk wèl werkt is om samen aan een positief leefklimaat te werken waarin bewoners elkaar helpen en zich verantwoordelijk voelen voor elkaars welzijn

Ook is het belangrijk dat duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor het signaleren en aanpakken van pesten in woonzorgcentra. Toen er tegen de rollator van mevrouw V. aan gebeukt werd, heb ik er niks van gezegd. Ik had het gevoel dat het niet mijn taak was om bewoners aan te spreken op hun gedrag. Misschien had ik dat fout, had ik wel actie moeten ondernemen. Het is daarom belangrijk dat duidelijk is wie wat doet en dat met alle betrokkenen (bewoners, verplegend en niet-verplegend personeel en familieleden) duidelijke afspraken worden gemaakt.

Hoe nu verder?

Mevrouw V. heb ik niet geholpen. Daar heb ik nog steeds een beetje spijt van. Met deze blogpost hoop ik wel iets te kunnen betekenen voor andere ouderen die gepest worden. Allereerst, door het probleem op de kaart te zetten. Veel mensen weten niet dat er niet alleen onder kinderen maar ook onder ouderen gepest wordt. En dat het om best een grote groep slachtoffers gaat. Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen. Herken je het verhaal van mevrouw V.? Of juist niet?

Bewustwording alleen is niet voldoende, er moet ook iets gebeuren. Misschien moet er een anti-pestprogramma (of nog beter: een programma voor positieve groepsvorming) voor ouderen komen? Voordat zulke stappen gezet kunnen worden is er meer onderzoek nodig. In de komende tijd wil ik de mogelijkheden voor zo’n onderzoek verkennen. Wil je meedoen? Heb je vragen die je graag beantwoord zou zien? Of heb je een goed idee? Laat het me weten!