Beau Oldenburg

Beau Oldenburg

onderzoek naar pesten

Ouders aansprakelijk stellen voor pesten geen goed idee

Dit artikel verscheen ook op Sociale Vraagstukken

 

Sinds 1 oktober 2017 kunnen ouders in het Amerikaanse stadje North Tonawanda aansprakelijk gesteld worden voor het pestgedrag van hun kinderen. Als er binnen 90 dagen twee keer of vaker gepest wordt, dan kunnen de ouders van de pester een geldboete van 250 dollar en een celstraf van 15 dagen krijgen. Op basis van wetenschappelijk onderzoek kan echter gesteld worden dat ouders aansprakelijk stellen voor hun pestende zoon of dochter geen goed idee is.

Deze Amerikaanse wet is een duidelijk gevolg van de omslag die in de afgelopen jaren in de publieke opinie over pesten heeft plaatsgevonden. Waar pesten voorheen als iets onschuldigs – of zelfs iets waarvan kinderen sterker worden – werd gezien, is men vandaag de dag steeds meer bewust van de negatieve gevolgen van pesten en wil men dat de overheid er maatregelen tegen neemt.

Hoewel het een positieve ontwikkeling is dat er meer aandacht voor pesten is – pesten vormt immers een serieuze bedreiging voor de ontwikkeling van kinderen – is het de vraag of maatregelen zoals deze zoden aan de dijk zetten.

 

De rol van peers

Ten eerste richt de wet zich op ouders, terwijl onderzoek suggereert dat de oplossing voor pesten juist in de peer groep ligt. De meeste kinderen die pesten doen dat omdat ze een hogere sociale status willen. Door te pesten, laten pesters zien hoe cool en stoer ze zijn. De reactie van de groep bepaalt of pesters hierin slagen. Als peers lachen of de pester aanmoedigen, voelt de pester zich gesterkt, maar wanneer peers het pesten afkeuren, bijvoorbeeld door het slachtoffer te verdedigen, dan krijgt de pester het signaal dat het pesten niet getolereerd wordt.

Het is bijzonder lastig om het gedrag van pesters te veranderen, maar het gedrag van peers kan wèl veranderd worden. Als zij het pesten afkeuren, is het waarschijnlijk dat de pester stopt met pesten. Om deze reden richten succesvolle antipestprogramma’s zoals KiVa zich op het veranderen van de peer groep.

 

De meeste kinderen die pesten doen dat omdat ze een hogere sociale status willen.

 

Wordt er wel écht gepest?

Daarnaast is het erg lastig om te bepalen of kinderen écht gepest worden. Pesters gedragen zich vaak strategisch en pesten alleen als volwassenen, zoals ouders, er niet bij zijn. Vooral subtiele vormen van pesten zijn voor buitenstaanders moeilijk te detecteren.

Om te bepalen of iemand gepest wordt, wordt er in de praktijk daarom veel gebruik gemaakt van informatie die verstrekt wordt door diverse betrokkenen, zoals kinderen zelf, klasgenoten en leerkrachten. Uit onderzoek blijkt dat er nogal weinig overeenstemming is in de informatie van deze verschillende betrokkenen. Zo ervaren sommige kinderen dat ze gepest worden, terwijl hun leerkrachten en klasgenoten dit niet zo zien of zelfs zeggen dat ze zich aanstellen.

Dit laat zien dat pesten in sterke mate een subjectief verschijnsel is. Uit onderzoek blijkt dat het ook niet uitmaakt of kinderen ‘echt’ gepest worden of niet: kinderen die het gevoel hebben gepest te worden, ervaren ook de negatieve gevolgen van het pesten, zoals angst en depressie. Dit subjectieve karakter van pesten compliceert de rechtsgang aanzienlijk.

 

Uit onderzoek blijkt dat het ook niet uitmaakt of kinderen ‘echt’ gepest worden of niet: kinderen die het gevoel hebben gepest te worden, ervaren ook de negatieve gevolgen van het pesten, zoals angst en depressie.

 

Verantwoordelijkheid leren nemen

Een ander bezwaar tegen deze wet is dat ouders opdraaien voor het gedrag van hun kinderen. Los van de vraag hoeveel invloed ouders op hun pestende zoons of dochters hebben, is het de vraag of het wenselijk is dat ouders en niet de pesters zelf verantwoordelijk worden gehouden voor het pesten.

Pesters die ondanks herhaaldelijke waarschuwingen door blijven gaan met pesten moeten hierop worden aangesproken en leren om verantwoordelijkheid nemen voor hun daden. Het is belangrijk dat pesters gecorrigeerd worden omdat ze anders hun doelen, in dit geval een hogere sociale status, op een verkeerde manier leren bereiken. Onderzoek laat zien dat pesters later negatieve gevolgen kunnen ondervinden van hun gedrag en bijvoorbeeld vaker crimineel gedrag vertonen.

 

Wat werkt wel?

Het is dus geen goed idee om ouders aansprakelijk te stellen voor hun pestende kinderen. Het is onwaarschijnlijk dat deze maatregel effectief is en er is geen onderzoek gedaan naar mogelijke bijwerkingen. Het zou bijvoorbeeld goed kunnen dat de ontwikkeling van pesters en de relatie tussen ouders en pesters verstoord worden als ouders door het toedoen van hun kinderen de cel in moeten.

Beter is het om pesten op te lossen daar waar het gebeurt: op school. We weten dat pesten voorkomen en verminderd kan worden als het als een groepsprobleem behandeld wordt. Door een veilig sociaal klimaat in de klas te creëren waarin elkaar helpen in plaats van elkaar pesten beloond wordt, wordt pesten effectiever aangepakt dan door ouders te straffen.

Daarnaast moet er meer geïnvesteerd worden in leerkrachten, want zij zijn degenen die het veilige sociaal klimaat moeten creëren. Echter blijkt uit onderzoek dat zij hier niet altijd voldoende handvaten en tijd voor hebben.